• Effe bijkletsen met Cees Quirijnen

    7 feb 2021 Beheerder
  • Is hij nun echte Gilse? Vragen we onszelf wel eens hardop af. Cees Quirijnen mogen we zo wel noemen. Van hem is bekend dat hij zich prima thuisvoelt in onze Gilse  leefomgeving. Voorzover we  Cees kennen   is hij betrokken bij wat er in zijn geliefde Gilze gaande is en levert daaraan, zo mogelijk, zijn bijdrage. Daarbij is hij goedlachs, heeft humor, en  altijd in voor een goed gesprek. We gaan zien, of ons bijkletspraatje daaraan gaat voldoen.

    Velen onder ons, lijden aan coronamoeheid en verveling. Met een avondklok, die onze regering overweegt, wordt de misère er niet minder op. Het is woensdagavond 20 januari. De 'vliegende reporter' kan, nu nog zonder het gevaar voor een boete, het Middenveld 3 bereiken. (Het is daar daar waar de Gilzer voetbalgeesten nog rondwaren). Met een vriendelijk welkom treffen we hier Cees en Annie. Als voorschotje vragen we Cees of hij ook last heeft van die moeheid en verveling? Cees: “Nee, niet echt. Ik houd me nog redelijk staande. Het is zeker een moeilijke tijd. Maar we moeten elkaar ook  geen ellende aanpraten. Ik kijk bv. bewust niet al die praatshows die vaak uitdraaien op een meningencircus. Voor mij   zijn die vele meningen, zeker over Corona, te verwarrend. Dus wat doet Cees? Niet kijken.” Zegt  hij overtuigd.

    Alhoewel Cees zeker geen onbekende is in ons durpke, toch nog maar even Cees. Wie bende gij? Cees: “Ik werd 66 jaar geleden geboren aan het Moleneind in Gilze als tweede oudste van 8 jongens. Hiervan werden de laatste 4 geboren in ons huis aan de Oranjestraat. Ik ben getrouwd met Annie. Wij zijn de trotse ouders van  drie zonen en drie lieve schoondochters. T.w. Rob&Steffy Mark&Jitske en Joost&Annemei. We zij opa en oma van Vic en Pien de kinderen van onze Rob en Steffy.  Aanstaande 3 maart ga ik mijn eerste AOW ontvangen. Hiermee treed ik toe tot de club van ouderen en hoop daar lang lid van te blijven. Als ik dan ook nog vertel dat ik kost heb verdiend als timmerman, dan is de vraag, wie bende gij? wel beantwoord.”  Zo veronderstelt Cees.

    Wat zijn zoal belangrijke ervaringen die bepalend waren voor jouw leven? Cees: “Opgroeien in een gezin van 8 jongens is natuurlijk iets wat weinigen overkomt. Je leert geven en nemen. Steeds rekening houden met elkaar. Van verwennerij was en kon geen sprake zijn. Mijne pa was krantenbezorger en in dienst van BN de Stem. Daaraan had hij een dagtaak. Mijn boers, en uiteraard ook ik, werden bij het bezorgen in Gilze ingeschakeld. Zowat heel mijn lagere schooltijd heb ik duizenden kranten in brievenbussen laten glijden. We ploeterden door regen sneeuw en wind. Toentertijd was Jos van Gool d'n bovenmister. Eén half uur te laat op school komen, daar maakte hij geen probleem van. Als je doordrenkt bent van de nattigheid en blauwbekt van de kou, dan motte effe bekomen. Jos van Gool snapte dat. Dat zijn zo van die dingen die je niet zo maar vergeet. Jos van Gool was begaan met ons gezin.  Na de lagere school ging ik naar de ambachtsschool om daar de beginselen van het timmervak te leren. Op de lagere school en ook op de ambachtsschool kwam je alleen maar jongens tegen. Nou hebben die wel eens de neiging om een conflict met een vechtpartijtje op te lossen. Je kon dat beter maar niet doen met één van die acht Quirijnens. Zo'n vechtpartij werd, snel beëindigd door toegesnelde broers. Die namen echt geen tijd, voor een goed gesprek, om de aanleiding van het conflict te achterhalen. Op zestienjarige leeftijd ging ik werken bij aannemer Snoeren in Chaam. Vele aannemers volgden.

    Als achttienjarige had ik een weekendbaantje bij d'n Dré. De chef van die legendarische friettent bij D'n Door. Hij leerde mij de kneepjes van het vak. Ik werd door zijn toedoen een zeer bekwame frietschepper. Zo bekwaam  dat hij het verantwoord vond om er zelf regelmatig tussenuit te kunnen knijpen. Ja, d'n Dré ging graag zo nu en dan op stap. Ik maakte daar lange dagen. Dina, de moeder van Dré, was een zorgzaam mens. Zij maakte lekkere en stevige maaltijden voor ons klaar. Dina begreep, dat met nogal wat drank in de man, daar een stevige maaltijd een goede tegenhanger voor was.” Zo zegt Cees bijna in één adem. En vervolgt zijn levenservaringen. “Maar niet alleen d'n Dré ook ik wilde wel eens gaan stappen. Bij 'De Koperen Pot' een café in Breda, daar was het goed toeven en een en al gezelligheid. Ik ontmoette daar Annie, een lief meisje uit Rijsbergen en zie we werden een paar. We kenden elkaar nog maar net en ik moest, als militair, het land gaan dienen. Ik werd ingedeeld bij de Landmacht en schopte het daar tot compressormachinist. Wat kun je daarmee? Een voorbeeld.Tegen de vliegbasis, richting Molenschot lagen meerdere bunkers overgebleven uit de oorlog. Om die op te ruimen moest de explosieven opruimingsdienst er aan te pas komen. Ik maakte daar deel van uit. Na veel voorbereidingen en met als spannend slot, één druk op de knop, en met veel geweld spatte zo'n bunker uiteen. Een eufories gevoel om zo de afschuwelijke herinneringen aan de Duitse bezetting uit te wissen. Na 16 maanden diensplicht zwaaide ik af.

    Het was nog steeds  'aan' met ons Annie. We gaven elkaar het 'jawoord' en gingen wonen in ons zelfgebouwd huis aan de Wildschut. Onze drie zonen werden er geboren. Tot acht kinnekes doorgaan leek ons geen optie. Dan naast mijn werk en gezinsleven wilde ik meedoen met wat  onze Gilse dorpsgemeenschap zoal te bieden had.” Aldus Cees.

    Met jouw goedvinden Cees maken we jouw verdere levenservaringen af met nog wat vragen. “Maar natuurlijk, ik ben benieuwd waar je mee komt, gaat over de v.v.Gilze zeker.” Kon niet uitblijven Cees. “Hoe kon ik het zo raden.” Cees welke herinneringen heb je hieraan? Daar zullen vast wat successen  te melden zijn. Cees: “Nee, succesvol was mijn optreden, dat begon bij de junioren, van v.v. Gilze, zeker niet. Geen noemenswaardige hoogtepunten. Mijn talenten voor voetbal  waren beperkt en besloot geen overstap te maken naar het seniorenvoetbal. Wel voelde ik  voor het toen zo populaire 'cafévoetbal'. Zo'n 15 jaar was ik een vaste waarde voor FC Den Heuvel. Onze grootste prestaties leverden wij in de kroeg.

    De laatste jaren kreeg ik de v.v Gilze weer in beeld. Ik reken me nu tot de supporters  van Gilze 1. Inmiddels  ben ik al weer een tijdje vrijwilliger bij de onderhoudsploeg.” Zo omschrijft Cees zijn betrokkenheid bij de v.v.Gilze. De Carnavalsvierders van nu liggen aan de ketting. Het zijn zware tijden. Geen creatieve uitingen. We moeten het doen met herinneringen. Ook die zal Cees vast wel hebben. Cees: “Zeker heb ik die.  Naast het bouwen met 'De Keijenbijters' wat later het 'Kliekske' werd, nam  ik regelmatig deel aan d'n optocht. Samen met mijn vaste maat Geert Huybers vormden wij het duo 'Blik Op Oneindig'. De volgende creatie zal ik niet snel vergeten. Ik werd als volwassene omgetoverd tot een baby. Op zich al een hele klus. Helemaal tegen de natuur in. Die volgt de tegenovergestelde volgorde. We bemachtigden een kinderwagen. Met veel wringen paste mijn lijf tot aan mijn kruis daar net in. Mijn benen hingen buitenboord. Aan mijn voeten werd een boodschappentas  gehangen. Helaas voelde  Geert  zich op de dag waar het moest gaan gebeuren niet helemaal lekker. Annelies Hamels, nam het van hem over, en stapte met mij in de kinderwagen de optocht in. Aanvankelijk ging dat allemaal goed, tot ik het niet meer uithield van de stress. Ik wilde eruit en liefst zo snel mogelijk. Waar was ik aan begonnen? Ik kende het woord claustrofobie niet. Nu weet ik maar al tegoed wat dat inhoudt. Ik had psychologische hulp nodig. Gelukkig was daar Geert, hoewel een beetje ziekjes, en geen psycholoog, wist hij mij  te kalmeren.” Zo herbeleeft Cees de engtevrees van toen.

    Cees we vatten nog enkele onderwerpen samen. Je bent een tijdje lid geweest van het Gilse cabaret en koorlid   van 1001. En ook dat nog, vrijwilliger van De Zonnebloem en het Speelbos. Cees: “Het Gilse cabaret. Wat ga ik daar van zeggen. Mijn lidmaatschap was van korte duur. Ik ben daar op, een voor mij, te late leeftijd  mee begonnen. Ik schaam me er niet voor. Maar het onthouden van de tekst lukte me gewoon niet meer. De souffleur had het  te druk met mij. Ik werd daar erg onzeker van en vond dat ik er niet mee door kon gaan. Zowel  mijn medespelers als het publiek waren daar de dupe van. Waar ik meer plezier aan beleef is zingen in mannenkoor 1001. Al wat jaartjes geleden zeurde Ad van Hoesel mijn kop zot. Ik zou, graag of niet, lid van mannenkoor 1001 moeten worden.  Hij liet  geen gelegenheid onbenut om er weer eens over te beginnen. Uiteindelijk ging ik overstag en ik moet zeggen, ik ben Ad dankbaar. Ik had nooit gedacht dat zingen zo ontspant. Vraag het aan ons Annie, ik kom er altijd vrolijk van thuis. Van d'n drank?? nee, nee, van 't zingen. Ja, en inderdaad ben ik ook vrijwilliger van De Zonnebloem en doe daarvoor bezoekwerk.

    Met enige regelmaat ga ik op bezoek bij Woutje Kock. Onze zeer gewaardeerde supporter van Gilze 1 en inmiddels woonachtig in Huize St. Franciscus. Effe bijbuurten met Wout altijd gezellig. En inderdaad ook in het 'Speelbos' ben ik iedere woensdagmorgen bezig met allerhande voorkomende werkzaamheden.”  Aldus Cees. Wellicht dat Cees nog wat toe wil voegen aan ons bijkletspraatje. Cees: “Zeker, ik ben dankbaar dat ik kan doen wat ik doe. Ruim 6 jaar geleden had ik ernstige gezondheidsproblemen als gevolg van een buikvliesontsteking. Lange tijd zag het er naar uit dat ik het niet zou redden. En zie ik doe nog steeds mee en dat maakt me een gelukkig mens. Aanstaande 7 februari  is voor mij en mijn broers een speciale dag.

    Door onze leeftijden bij elkaar op te tellen komen we aan 500 levensjaren. Helaas niet het gehoopte feestje. Wat dan wel? In het Gilze en Rijens krantje werd aan  dit feit aandacht besteed. Mogelijk heb je het artikel hierover, van Ton de Bruyn, gelezen. En zo kletsen we wat bij met Cees onze zo betrokken en actieve dorpsgenoot. Cees bedankt voor jouw medewerking.

    Red. Jos van Dongen