• Effe bijkletsen met Albert Faes

    21 feb 2020 Beheerder
  • Het is zaterdagmiddag 15 februari dat we wat bijkletsten met Albert Faes in het thuishonk van VV Gilze. Albert de man die heel veel voetstappen heeft liggen op het Gilse sportpark van toen en van nu. Een stappenteller zou er van in de war kunnen raken. Albert is de man, die je al bij binnenkomst van ons sportpark, vriendelijk toelacht op een aantal billboards van bouwbedrijf Vermeulen. 'Mannen waarop je kunt bouwen' is één van de slogans. Mannen en natuurlijk ook vrouwen, waarop je kunt bouwen, daar kun je er niet genoeg van hebben. Dat geldt zeker ook voor de VV Gilze. Een nog steeds groeiende vereniging waar helpende handen meer dan welkom zijn.

    Voor wie het niet weet. Dat zullen er weinig zijn. Maar toch. Wie is Albert Faes? Zijn voetbalverleden, zijn voetbalkwaliteiten, zijn dagelijks werk. Onderwerpen te over om wat over bij te kletsen met onze dorpsgenoot. Albert vertel: “Het is ruim negenenvijftig jaar geleden dat ik het eerste Gilse levenslicht zag. Dat voelde meteen goed. Het is dan ook nooit in mij opgekomen om mijn heil buiten de Gilse grenzen te gaan zoeken. Ik ben de pa van drie kinderen. Twee zonen en één dochter. Hun ma is Lilian Kanters. Jadie is onze dochter en is net als onze zoon Jakko actief lid van de VV Gilze. Jorrit is actief met het organiseren van kinderactiviteiten voor Kiak. Judo was een tijdlang zijn sport. Inmiddels werk ik ruim drieëndertig jaar bij bouwbedrijf Vermeulen als timmerman. Daarvoor had ik enkele korte dienstverbanden bij o.a. bouwbedrijf Avang en het bouwbedrijf van Huub Vermeer.” Zo opent Albert.

    Na ruim vijftig jaar heeft Albert nog steeds zijn hart verpand aan de VV Gilze. Daar zit natuurlijk een heel verhaal aan vast. Albert: “Zeker, we gaan er maar even met hinkstapsprongen doorheen. Zoals een schoolkind nooit zijn eerste schooldag vergeet. Zo vergeet ik nooit hoe het voelde om mijn eerste zwart/wit tenue en voetbalschoentjes te dragen. Daar stond ik dan. Waarop zou dit allemaal gaan uitdraaien? Zoals gebruikelijk doorliep ik mijn pupillen en juniorentijd, tot ik in de A-1 was aangeland. Apart, maar ik begon mijn seniorentijd bij Gilze 3. Dat was toentertijd een veteranenelftal. Maar goed. Na enige tijd kwam ik in de selectie terecht en speelde mijn wedstrijden in 1 en dan weer eens in 2. Leuk te vermelden is dat ik, vraag me niet in welk seizoen, eens topscorer was van 2. Niet als gevolg van goed uitgespeelde kansen. Nee, ik was de man van de penalty's. Ik was trefzeker en miste zelden. Zo werd ik als verdediger topscorer. Beetje sneu voor de spitsen van toen. Maar daar zat ik niet mee. Eigenlijk was ik een 'lieve' en sportieve speler. De scheids had het zeker niet druk met mij. Het waren meer mijn medeverdedigers die me zo nu en dan van een g.v.d voorzagen, bijvoorbeeld wanneer het me niet lukte, als laatste man, een aanvaller uit te spelen. Ja, zo was 't toch mannen?

    Er kwam 'n moment dat het allemaal wat minder ging en zo kwam ook Bertje in de lagere elftallen terecht. Effe voor alle duidelijkheid maar daarom niet minder leuk. Ook nu nog speel ik in Gilze 4. Mijn knieën protesteren daar heftig tegen. Het lijkt alsof ze willen zeggen 'doe da nou nie Bertje, ge moet luisteren naar je lichaam'. Dat heeft me er uiteindelijk toe gebracht dat ik tegenwoordig onder 'de lat' te vinden ben.” Zo beschrijft Albert in grote sprongen zijn voetbalgeschiedenis. Er zal in die periode vast iets onvergetelijks zijn voorgevallen. Albert: “Zeker, in een uitwedstrijd tegen MOC stonden de drie gebroeders Faes, onze Jan onze Toon en ik in de 'hoofdmacht'. Gilze 1 dus. Een wedstrijd die in noodweer werd gespeeld. Volop regen en wind. Toen ons Toontje ook nog eens scoorde vanaf de middenlijn, werd dit voor ons, de Faesjes, een wedstrijd om nooit te vergeten. Soms dan denk ik echt aan stoppen. Het kan zo zoetjes aan wel, “gij goat nie stoppen,” “zegt 'De Stekel' (Edwin Aarts) op nogal dwingende toon. 'Stekel' is bang dat ons Willeke, mijn lieve zus, dan stopt als wasmoeder. Of dat terecht is? Het zou kunnen. De tijd zal het ons leren.

    Dan een typisch voorbeeld van 'echte clubliefde'. De bouw van het clubhuis aan de Lange Wagenstraat. Hiermee werd een houten noodgebouw vervangen. Iedereen die ook maar iets met de bouw had, werkte hieraan mee. Om er enkele te noemen Bart Geerts, Peter de Bruyn, Gerard Aarts, Bert de Bruijn en nog vele anderen. Dat we met elkaar zo'n project voor elkaar bokste, had tot gevolg dat we ons hier ook echt thuis voelden. Het was er super gezellig. Nergens smaakte een pilsje beter als in de kantine aan De Lange Wagenstraat. Hier draaide ik voor het eerst bardiensten. Dat had alles te maken met een vraag van Kees van Besouw. Hij wilde liever een kaartje  leggen dan pilsjes tappen. En zie, tot op de dag van vandaag gaat dit maar door. Jens Oprins pland de huidige kantine bezetting. Op zaterdagmiddag en zondag zowat de hele dag sta ik klaar voor onze kantineklanten. Op zondag, met een disco in huis, kan het zomaar 23.00 uur worden voordat het weer een beetje rustig is rond mijn hoofd.” Waaruit we kunnen opmaken dat ook voor Albert de jaartjes gaan tellen en dat ook deze mens zijn rust verdient. Waaraan gaf je nog  meer je beste krachten? Albert: “In het grijze verleden ben ik nog een hele tijd jeugdleider geweest van de F pupillen. Niks mooier dan dat. Als een zwerm bijen had ik die mannekes om mij heen. Als er kind iets te vragen had werd ik meestal netjes aangesproken met, meester Albert. Blijkbaar heb dat altijd al wel gehad, dat natuurlijke gezag. Ik hoor dat wel vaker. Verder maakte ik ooit deel uit van de jeugdcommissie en de sponsorcommissie. En nu dus nog als voorzitter van de kantinecommissie.” Waarmee Albert een mooie staat van dienst heeft opgebouwd bij  de v.v. Gilze. 

    Effe wat anders. Je werkt in de bouw. Een sector die vaak in het nieuws is. Daar valt natuurlijk ook wel het een en ander over te vertellen. Albert: “Zeker, het is een sector die behoorlijk onder druk staat. Te weinig mensen moeten te veel werk doen. Vacatures te over. Die grote druk gaat ook wel eens ten koste van de kwaliteit. Door de jaren is veel werk ook geautomatiseerd. Hierdoor is het lichamelijk wel minder zwaar geworden. Wel hebben we nu, en terecht, met strenge veiligheidsvoorschriften te maken. Het echte handwerk, van toen, had toch ook zijn charme. Dat was nog de tijd dat er ook de nodige geintjes werden uitgehaald. Stagiaires waren nogal eens de pineut. Zoals bijvoorbeeld, ik noem hem maar even Gerritje. Gerritje komt met een kruiwagen stenen aangelopen. Deze jongeling weet even niet waar hij er mee moet blijven. Hij vraagt netjes aan een stelletje ouwe rotten in het vak. “Waar moet ik deze klinkers naar toe brengen?” “Krijgt Gerritje te horen, “Zet ze mar effe bij de medeklinkers manneke we hebben ze nou nog nie nodig.” Effe werd daar mee gelachen. Maar Gerritje werd al snel weer op 't goede spoor gezet. Want angsthazen kweken, daar schiet we in d'n bouw niks mee op.”  Zo is Albert van mening.

    Aanstaande zondag Carnaval. Gaat Albert zich nog onderdompelen in het feestgedruis? Albert; “Nee, dat gaat 'm nie worre. De tijd dat ik van vrijdag t/m dinsdag aan 't rollebollen en 't 'wijvensjouwen' was, is nu echt voorbij. Overigens hoop ik voor iedere Carnavalsvierder die dit leest terug kan zien op een te gekke Carnaval 2020.” Zo besluit Albert. Ook ons bijkletspraatje gaan we afsluiten. Good old John Aarts, ook van alle markten thuis binnen de v.v.Gilze, nam tijdens ons kletspraatje voor even de kantinedienst over van Albert. Een klein voorbeeldje van wat het wil zeggen 'Samen vereniging zijn'. Albert bedanken we voor zijn medewerking aan ons bijkletspraatje. We hopen dat hij, zowel voor hemzelf als voor de v.v.Gilze, nog lang actief betrokken zal en kan blijven bij onze dorpsclub.

    red Jos van Dongen